Een vluchteling in huis; zou jij dat doen?

Een vluchteling in huis; zou jij dat doen?

Een bijdrage leveren aan de 17 SDG’s van de United Nations voor een betere wereld; hoe doe je dat? Tijdens het HPP-event ‘Ethisch ondernemen’ van 15 september 2020 o.l.v. Monique Janssens werden ons ethische dilemma’s voorgelegd en een daarvan was: ”Zou je een vluchteling in huis nemen?” De antwoorden varieerden van een stellig ‘nee’ tot een aarzelend ‘misschien’, maar HPP-lid Wilma Kaptein antwoordde met: “Ja, dat hebben wij zelfs al meerdere keren gedaan!”
Een intrigerende antwoord dat voor HPP’er Madeleine Boerma aanleiding was om Wilma hierover te interviewen en op zoek te gaan naar het antwoord op de vraag: ‘Een vluchteling in huis; zou ik dat doen?’


Wilma Kaptein heeft een druk gezin met drie kinderen van 6, 9 en 12 jaar. Zij is zelfstandig ondernemer en werkt als marketingcoach voor duurzame ondernemers die meer klanten willen via hun website. Zo helder als haar pitch is, zo helder is ze over vluchtelingenopvang.

Aanleiding

Wilma is lid van een kerk en een van de vaste sprekers daar, Henk, werkt op Kanaleneiland in buurthuis Huis van Vrede. Daar treft hij mensen die hulp nodig hebben, waaronder asielzoekers van wie het verzoek om een verblijfsvergunning is afgewezen. Zij zijn dan per direct illegaal en dakloos en moeten het land uit, óók als ze in hoger beroep gaan en hun eigen land niet veilig is.

“De Nederlandse asielprocedure veroordeelt dus een grote groep mensen tot een bestaan als dakloze illegaal, terwijl we ze tegelijk hoop geven door de mogelijkheid van het hoger beroep”, vertelt Wilma. ”Inmiddels zijn er duizenden mensen op deze manier jarenlang illegaal in Nederland want het lang duurt voor hun bezwaar in behandeling wordt genomen. Maar ze houden natuurlijk niet zomaar op met bestaan! Dus waar moeten ze heen?”

De eerste stap

Wilma: “In de kerk was de vraag gesteld wie een kamertje over had en in september 2019 hebben mijn man Leonard en ik Henk laten weten dat wij een kamer beschikbaar hadden. Binnen no time was er een link gelegd met Narges. Zij kwam die week op straat te staan en had nog steeds geen onderdak. Het enige dat ze nog kon doen was bidden tot God. Narges kwam bij ons kijken en het sloot zo perfect op elkaar aan dat het voor haar bewijs was dat engelen echt bestaan.”

De kinderen moesten nog wel even een drempel over. Wilma: “We hebben hen uitgelegd dat er mensen zijn die op straat moeten leven. Dat vonden ze allemaal een naar idee. Na de kennismaking met Narges vonden ze het goed dat zij in huis kwam. Maar de kids hebben ook best wel eens gemopperd, hoor: Waarom moeten wíj́ altijd mensen in huis nemen?!”

Ons huis is echt jouw huis

Wilma en Leonard hechten veel waarde aan gastvrijheid en willen hun overvloed graag delen. “Iedereen is welkom in ons standaard Nederlandse rijtjeshuis met 3 slaapkamers, een zolder en een tuin van 5 bij 5”, zegt Wilma. “Voor ons is het belangrijk dat iemand zich in ons huis op z’n gemak voelt. Dat we geen gastvrouw of gastheer hoeven te spelen en dat iedereen elkaar respecteert. Die ander wil zich toch vooral veilig voelen en tot rust komen.”

Het was indrukwekkend dat Narges altijd voor ons klaar stond, ondanks de continu aanwezige stress over haar procedure en lange dagen buiten de deur. Haar basishouding was altijd ‘Ja, ik help.’


Waardevolle levenslessen

Overdag had Narges haar eigen activiteiten zoals taalles en vrijwilligerswerk. Soms at ze mee, soms niet. En af en toe paste ze op de kinderen. “Voor de kinderen was het leerzaam om te zien dat er mensen zijn die een ander leven (moeten) leiden”, zegt Wilma. “Als het nu op school over racisme, anders zijn of vluchtelingenproblematiek gaat, kunnen ze uit ervaring spreken. Ze hebben geleerd dat mensen die je niet kent, niet per sé vreemd of eng zijn, maar alleen anders. Je moet hoogstens even aan elkaar wennen.”

Zomervakantie-opvang

Narges was voorlopig de laatste vluchteling ‘op kamers’ bij Wilma. Haar dochter wilde toch graag een eigen kamer waardoor er geen kamer over meer is.
“Maar in de zomer stellen we ons huis nog wel open”, vertelt Wilma, “bijvoorbeeld voor gezinnen die gescheiden leven. Narges was van onze leeftijd en single, maar er zitten ook gezinnen in de opvang die niet samen kunnen wonen. Dan woont vader met de zonen op de ene plek en moeder met de dochters op een andere plek. In de zomervakantie kunnen ze bij ons drie weken lang als gezin bij elkaar zijn.”

Privacy, vertrouwen en duidelijke regels

Voor een vluchteling is het leven hier echt anders. “In het begin stonden ze bijvoorbeeld lang onder de douche, want ‘er zit toch genoeg water in de kraan?’”, vertelt Wilma. “Hoe deel je dan je overvloed en gastvrijheid, maar ook je keuzes voor bewust en duurzaam leven? Dat moesten we echt uitleggen.”

Samenwonen betekent altijd wennen aan elkaar en dat is in deze situatie niet anders. “Het heeft soms even tijd nodig,” zegt Wilma. “Een keer samen koffiedrinken of eten is prima, maar de persoonlijke klik bepaalt hoeveel tijd je met elkaar door wilt brengen. Ik zie het als iemand die bij je op kamers woont. Je moet jezelf niet in bochten wringen.”

Stel je voor dat je zelf op de vlucht bent en op iemands zolderkamertje mag slapen, de badkamer mag gebruiken en af en toe mee kunt eten. Dan ben je allang blij dat je een dak boven je hoofd hebt en veilig bent. Huisregels zijn dan helemaal oké. Je kunt dit met respect voor elkaar afspreken.


Belangrijk is om duidelijk te zijn over de regels in huis. “We hebben geleerd dat we grenzen mogen stellen, ook voor kinderen die niet van ons zijn. Het is jouw huis. Binnen die regels kun je dan zo gastvrij zijn als je wilt”, vertelt Wilma. “Wij hebben Narges bijvoorbeeld uitgelegd dat het in ons huis met drie kids elke ochtend én elke avond tussen zes en half negen spitsuur is in de badkamer; dat die dan niet echt beschikbaar is. En in de zomervakanties zet elk van ons spullen en speelgoed apart in een van de slaapkamers. Die doen we dicht, maar niet op slot. De afspraak is dat de gasten daar niet komen. Het is een kwestie van vertrouwen geven en vertrouwen krijgen. Wij hechten niet aan spullen en hebben weinig waardevolle spullen in huis, maar de wensen van onze kinderen nemen we serieus.”

Advies voor HPP’ers

“Allereerst: bij twijfel niet doen,” zegt Wilma stellig. “Het moet bij je passen en goed voelen en je kunt legio andere goede dingen doen om aan een mooiere wereld bij te dragen. Maar als je overweegt om wel vluchtelingen in huis te nemen, geef dan vooral helder aan wat voor jou belangrijk en haalbaar is. Bijvoorbeeld: Ik wil alleen vrouwen opvangen en ik wil niet dat ze thuis bezoek ontvangen.”

Onder de vluchtelingen die Wilma en Leonard opvingen waren ook een keer twee kinderen van 9 en 12 uit een gezin met vier kinderen dat op verschillende plekken werd opgevangen. Wilma: “Dat was best lastig. Kinderen hebben actieve hulp nodig, zijn vaak getraumatiseerd en leven in onzekerheid. Ze missen hun ouders en jij moet die rol regelmatig op je nemen zoals in gesprekken op school. Terwijl je ook met hun ouders moet overleggen, die het schoolsysteem in Nederland weer niet kennen. Die vorm van opvang is dus weer heel anders dan ‘iemand op kamers nemen’ en dat zal niet bij iedereen passen.”

HPP’ers die wel serieus overwegen om vluchtelingen op te vangen raadt Wilma aan om naar lokale buurthuizen en naar de Stichting De Tussenvoorziening of Stichting Vluchteling te gaan en om te informeren bij lokale kerken. Woon je in de buurt van Utrecht en omgeving dan kan Wilma je met Henk en het Huis van Vrede in contact brengen.



En wat deed dit verhaal met Madeleine?

In de jaren ’80 heb ik mijn studentenkamer onderverhuurd toen ik drie maanden au-pair was in Engeland. De huurster was aardig, netjes en ik kende haar van colleges. Bij thuiskomst wachtte een verrassing. Ik moest overal planten, kleren en schoenen vandaan halen, kostbare studieboeken waren verdwenen en de WC was verstopt. Verbijsterd ging ik op onderzoek. Ze bleek psychische problemen te hebben en kleptomaan te zijn. Als ik twijfel of ik een vluchteling in huis wil nemen, komt dat hierdoor.

En nu? Vóór het gesprek met Wilma dacht ik ‘liever-niet’ en nu denk ik ‘zo zou het misschien wél kunnen’. Ik heb een logeerkamer. Wellicht een alleenstaande vrouw? Wellicht voel ik me rustiger als ik een kast of kamer op slot kan doen en waardevolle spullen kan wegzetten zodat ik mijn oude ervaring niet meeneem naar het heden. Ik ga het laten bezinken en overwegen. Op deze manier bijdragen aan een betere wereld kan dus ook!

Ik ben benieuwd wat na het lezen van dit interview het antwoord van andere HPP’ers is op die vraag: Een vluchteling in huis; zou jij dat doen?

Madeleine Boerma

Eigenaar van Het zakelijke hart, volhoudbaar ondernemen & leiderschap via coaching, project- en procesmanagement, en team begeleiding. Tevens auteur van twee boeken. Probeert te leven zonder afval, heeft een moestuin, leert alles over bushcraft en wandelt graag met hondlief.